Door Sascha Lang
Uw bv zoekt een nieuw kantoor en u heeft privé een geschikt pand. Of een onderneming van uw zakenpartner kan diensten leveren tegen een aantrekkelijke prijs. Zulke transacties zijn niet verboden. Wel ontstaat de vraag wie namens de bv beoordeelt of de overeenkomst ook voor haar gunstig is. Een bestuurder die aan beide kanten een belang heeft, kan niet zonder meer de gebruikelijke besluitvormingsroute volgen.
De regels over tegenstrijdig belang beschermen een zorgvuldige afweging. Dat vraagt om meer dan achteraf verklaren dat de prijs marktconform was. Bij ondernemingsrechtelijke begeleiding moeten de zakelijke voorwaarden en de manier waarop het besluit tot stand komt daarom samen worden bekeken.
Wanneer is een persoonlijk belang tegenstrijdig?
Niet ieder belang naast het bestuurderschap vormt een tegenstrijdig belang. Een bestuurder kan aandeelhouder zijn en toch gewoon bestuursbesluiten nemen. Het gaat om een direct of indirect persoonlijk belang dat botst met het belang van de vennootschap en haar onderneming.
Bij verhuur van uw eigen pand aan de bv is die spanning herkenbaar. Als verhuurder wilt u een goede huurprijs en beperkte onderhoudsverplichtingen. De bv wil passende ruimte tegen gunstige voorwaarden. Ook bij een lening van een bestuurder aan de bv kunnen rente, zekerheden en aflossing uiteenlopende belangen raken. De precieze beoordeling blijft afhankelijk van de concrete transactie en omstandigheden.
Familierelaties en belangen in andere ondernemingen verdienen eveneens aandacht. Alleen het bestaan van een band is niet altijd beslissend, maar verzwijgen ervan maakt een zorgvuldige beoordeling moeilijker. Maak relevante belangen daarom vroegtijdig kenbaar aan medebestuurders of toezichthouders.
Wat leert het Bruil-arrest?
In Bruil, Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA0033, stond een bestuurder centraal die bij beide betrokken vennootschappen belangen had. De Hoge Raad verlangde een concrete beoordeling van de mogelijke belangenbotsing. Een dubbele betrokkenheid levert niet zonder meer in iedere situatie een tegenstrijdig belang op. Evenmin is vereist dat daadwerkelijke benadeling al vaststaat.
De zaak speelde onder de vroegere wettelijke regeling over vertegenwoordiging. Die regeling mag niet rechtstreeks worden toegepast alsof zij nog geldt. Voor de huidige bv ligt het wettelijke accent bij deelname aan beraadslaging en besluitvorming. Het arrest blijft behulpzaam om te begrijpen waarom de feitelijke belangen moeten worden onderzocht, in plaats van alleen de namen op het briefpapier.
Wie neemt het besluit bij een bv?
Artikel 2:239 lid 6 BW bepaalt dat een bestuurder met een tegenstrijdig persoonlijk belang niet deelneemt aan de beraadslaging en besluitvorming. Dat betekent meer dan niet meestemmen. De afweging moet bij de bevoegde, niet-geconflicteerde besluitvormers blijven.
Kan het bestuur hierdoor geen besluit nemen, dan verschuift de beslissing naar de raad van commissarissen. Ontbreekt die, dan beslist de algemene vergadering, tenzij de statuten anders bepalen. Controleer daarom altijd de statuten voordat u een besluit rondstuurt. Bij een enig bestuurder en enig aandeelhouder kan dezelfde persoon verschillende rollen hebben, maar blijft het nodig vast te stellen in welke hoedanigheid het besluit wordt genomen.
Maak daarnaast onderscheid tussen besluiten en tekenen. Wie de bv rechtsgeldig vertegenwoordigt bij het sluiten van het contract, is een afzonderlijke vraag. De huidige tegenstrijdigbelangregeling maakt een bestuurder niet uitsluitend door dat belang automatisch onbevoegd om te vertegenwoordigen. Een gebrek in de interne besluitvorming verdient desondanks zelfstandige aandacht.
De Nexperia-beschikking: toets ook de uitvoering opnieuw
Een recente toepassing staat in Ondernemingskamer 11 februari 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:318. Bij Nexperia ging het onder meer om vooruitbestellingen bij een leverancier waarin de bestuurder een controlerend belang had. Voor Nexperia kon continuïteit van die leverancier belangrijk zijn, maar vooruitbetaling van steeds meer orders bracht ook eigen risico’s mee. De belangen liepen dus niet op ieder moment volledig gelijk.
De Ondernemingskamer maakte onderscheid tussen de aanvankelijke raamafspraak en de latere concrete bestellingen. De totstandkoming van de raamafspraak gaf op zichzelf geen gegronde reden voor twijfel aan het beleid. Voor de latere orders was onvoldoende gebleken van de vereiste verhoogde zorgvuldigheid bij het tegenstrijdige belang. Juist gewijzigde omstandigheden vroegen om een nieuwe beoordeling.
Dat was een oordeel in de eerste fase van een enquêteprocedure, waarin onderzoek werd bevolen. Het was geen definitieve vaststelling van wanbeleid of persoonlijke aansprakelijkheid. Voor uw bv is de les wel direct toepasbaar: één keer goedkeuring vragen voor een raamovereenkomst is niet altijd voldoende voor iedere latere uitvoering. Leg ook vast wanneer omvang, prijs, financiering of omstandigheden aanleiding geven om opnieuw onafhankelijk te besluiten.
Maak de transactie controleerbaar
Vraag bij een wezenlijke transactie onafhankelijke informatie op. Denk aan een taxatie van vastgoed, vergelijkbare offertes of een onderbouwde rentebenchmark. Beschrijf ook waarom de bv deze transactie wil aangaan. Een zakelijke prijs maakt een overbodige aankoop nog niet verstandig. Bij onderzoek voorafgaand aan een overname kunnen zulke verbonden transacties bovendien een risico vormen dat afzonderlijk moet worden verklaard.
Leg vast welke alternatieven zijn onderzocht. Had de bv andere huisvesting kunnen huren? Is de looptijd passend? Wie draagt onderhoud, leegstand en beëindigingskosten? Deze vragen helpen om de overeenkomst werkelijk vanuit het belang van de bv te beoordelen. Dat geldt ook wanneer alle aandeelhouders aanvankelijk enthousiast zijn.
De vereiste zorgvuldigheid hangt mede af van de omvang en impact van de transactie. Voor een kleine, terugkerende levering ligt een andere voorbereiding voor de hand dan voor verkoop van het belangrijkste bedrijfsmiddel. Een vooraf afgesproken beleid kan helpen, maar vervangt de beoordeling van een concreet tegenstrijdig belang niet.
In een groep is dezelfde eigenaar geen voldoende antwoord
Groepsmaatschappijen sluiten onderling leningen, delen personeel en gebruiken elkaars activa. Daarbij kunnen groepsbelangen een rol spelen. Toch heeft iedere vennootschap haar eigen positie en verplichtingen. Een bestuurder moet kunnen uitleggen waarom een transactie ook vanuit de betrokken bv verantwoord is.
Neem bijvoorbeeld een garantie voor een lening van een andere groepsmaatschappij. Kijk naar het voordeel voor de garantsteller, de omvang van het risico en eventuele tegenzekerheden. Bij minderheidsaandeelhouders of financiële problemen wordt die beoordeling extra belangrijk. Een instructie van de holding maakt eigen onderzoek niet overbodig. Voor de vraag hoeveel financiële ruimte aanwezig is, zijn ook de uitgangspunten voor dividend en de bescherming van schuldeisers relevant.
In Cancun, Hoge Raad 4 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:797, benadrukte de Hoge Raad dat bestuurders een eigen verantwoordelijkheid voor het vennootschappelijk belang dragen. Daarnaast verlangt de zorgvuldigheid dat belangen van betrokkenen niet onnodig of onevenredig worden geschaad. Een groepsinstructie of aandeelhouderswens sluit die afweging niet uit. Dat is vooral van belang als voordelen bij de holding landen, terwijl risico’s achterblijven bij een dochter met eigen schuldeisers of minderheidsaandeelhouders.
Maak in de notulen daarom meer zichtbaar dan alleen de uitslag van de stemming. Wie meldde welk belang? Wie nam niet deel aan de beraadslaging? Welke personen waren vervolgens bevoegd en welke stukken lagen er? Wie mag de overeenkomst tekenen? Geef ook aan hoe de uitvoering wordt gevolgd. Zo ontstaat een controleerbaar dossier voor de concrete transactie, zonder te suggereren dat een vastlegging achteraf de eerdere gang van zaken verandert.
Gezamenlijk handelen kan een eigen aansprakelijkheidsvraag oproepen
In gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26 mei 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:3234 werden investeringsgelden via verschillende vennootschappen mede ingezet voor belangen van de betrokkenen zelf. Het hof beoordeelde onder meer het gebrek aan transparantie over conflicterende belangen en de zakelijke rechtvaardiging van leningen. Daarbij kwam aansprakelijkheid voor handelen in groepsverband op grond van artikel 6:166 BW aan de orde.
Dat leerstuk is iets anders dan het enkele behoren tot hetzelfde concern. Een gezamenlijk aandeelhouderschap of een gedeelde holding maakt niet iedereen aansprakelijk. De bijdrage aan het groepshandelen en de overige wettelijke voorwaarden moeten worden onderzocht; voor handelen in de bestuurdershoedanigheid speelt ook de verhoogde aansprakelijkheidsdrempel. Voor de voorbereiding van een verbonden transactie onderstreept deze zaak het belang van openheid, een controleerbare zakelijke afweging en duidelijkheid over ieders rol.
Wat als het besluit al is genomen?
Een onzorgvuldig proces kan aanleiding geven tot discussie over de geldigheid van besluiten, bestuurdersaansprakelijkheid of een enquêteprocedure. Dat betekent niet dat iedere fout hetzelfde rechtsgevolg heeft. Onderzoek afzonderlijk het besluit, het gesloten contract en eventuele schade. Bij een dreigend onomkeerbare uitvoering kan een kort geding nodig zijn. Voor een structureel bestuursprobleem kan een enquêteprocedure aan de orde komen; onderzoek en een oordeel over wanbeleid zijn daarbij verschillende stappen.
Herstel begint met openheid over de feiten. Laat de bevoegde personen opnieuw beoordelen welke maatregelen mogelijk zijn en of voorwaarden moeten worden aangepast. Achteraf notulen opstellen alsof een zorgvuldige bespreking eerder al heeft plaatsgevonden, is geen oplossing. Bij financiële problemen moet bovendien de mogelijke bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement afzonderlijk worden betrokken. Bij een ontstaan conflict kan begeleiding vanuit corporate litigation helpen om passende vervolgstappen te kiezen.
Wilt u een transactie met een bestuurder, aandeelhouder of verbonden onderneming voorbereiden? Neem contact op met Guldemond Advocaten. We kunnen de besluitvorming afstemmen op de statuten en de afspraken uitwerken in passende commerciële contracten.