Deze update is geschreven door:

Julia van Leeuwen
Update

Streaming royalty’s en platencontracten: rechter wijst 50% royaltyclaim van artiest af

In de muziekindustrie ontstaan steeds vaker discussies over de hoogte van streaming royalty’s. Veel artiesten hebben platencontracten gesloten in een tijd waarin digitale exploitatie nog nauwelijks bestond. Nu streaming via platforms zoals Spotify, YouTube en Apple Music de belangrijkste inkomstenbron is geworden, rijst regelmatig de vraag of die oude afspraken nog wel passend zijn.

De Rechtbank Amsterdam heeft zich onlangs uitgesproken over zo’n geschil tussen een artiest en platenmaatschappij Armada Music. De artiest stelde dat hij recht had op 50 procent van de inkomsten uit streaming van zijn muziek. De rechtbank wees deze vordering af. Tegelijkertijd kreeg de artiest op een ander punt wel gelijk: hij mocht zijn platencontract opzeggen.

De uitspraak geeft interessante inzichten voor artiesten, labels en andere ondernemingen die actief zijn in de muziekindustrie.

Geschil over streaming royalty’s uit een platencontract

De zaak draaide om de vergoeding die een artiest ontvangt voor de digitale exploitatie van zijn muziek. Het ging daarbij onder meer om inkomsten uit streaming en downloads via online platforms.

De artiest had begin jaren 2000 verschillende exploitatieovereenkomsten gesloten met een platenmaatschappij. Deze catalogus werd later overgenomen en kwam uiteindelijk terecht bij Armada Music. Sindsdien exploiteert Armada de muziek, onder meer via streamingdiensten.  

Volgens de artiest ontving hij voor deze digitale exploitatie een te lage royalty.

Royaltypercentage voor streaming

Op basis van de bestaande afspraken ontving de artiest ongeveer 14 procent royalty over de netto inkomsten uit digitale exploitatie. Armada besloot later om dit percentage met terugwerkende kracht te verhogen naar 22 procent.  

De artiest vond dat nog steeds te laag en stelde dat hij recht had op een aanzienlijk hoger royaltypercentage.

Wanneer geldt een 50% royalty bij digitale exploitatie?

De kern van het geschil was de vraag hoe streaming juridisch moet worden gekwalificeerd binnen een platencontract.

De artiest stelde dat streaming via platforms zoals Spotify en Apple Music moet worden gezien als licentieverlening aan derden. Volgens het contract zou bij dergelijke licenties een royalty van 50 procent van de netto-opbrengsten gelden.

De rechtbank volgde deze redenering niet.

Streaming is geen derdenlicentie volgens de rechtbank

Volgens de rechtbank kan digitale exploitatie in deze situatie niet worden aangemerkt als licentieverlening aan derden in de zin van de overeenkomst. Daarom was Armada niet verplicht om een royalty van 50 procent te betalen.  

De rechtbank concludeerde dat de platenmaatschappij de contractuele afspraken correct had toegepast.

Belang van langdurige contractpraktijk

Bij de uitleg van het platencontract speelde ook de praktijk tussen partijen een belangrijke rol.

De artiest ontving al sinds 2008 royaltyoverzichten waarin inkomsten uit digitale distributie waren opgenomen. Daarbij werd telkens hetzelfde royaltypercentage toegepast. Gedurende ongeveer 15 jaar maakte de artiest geen bezwaar tegen deze wijze van afrekening.  

Volgens de rechtbank mocht de platenmaatschappij daarom aannemen dat deze interpretatie van het contract door beide partijen werd geaccepteerd.

Beroep op auteurscontractenrecht en billijke vergoeding

De artiest beriep zich daarnaast op het auteurscontractenrecht. Daarbij stelde hij dat de overeengekomen royalty voor streaming niet langer billijk zou zijn.

Sinds 1 januari 2026 zijn bepaalde bepalingen uit het auteurscontractenrecht ook van toepassing op oudere exploitatieovereenkomsten. Toch leidde dat in deze zaak niet tot een ander oordeel.

Volgens de rechtbank is het niet beslissend welk royaltypercentage in de muziekindustrie gebruikelijk is. De vraag is of toepassing van de overeengekomen vergoeding onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Dat was hier volgens de rechtbank niet het geval.  

Opzegging van een langdurig platencontract

Hoewel de artiest geen hogere streaming royalty kreeg, slaagde zijn vordering tot opzegging van de exploitatieovereenkomsten wel.

De artiest had het contract beëindigd met een opzegtermijn van zeven maanden. De rechtbank oordeelde dat deze opzegging rechtsgeldig was.  

Wanneer kan een exploitatieovereenkomst worden opgezegd?

Volgens vaste rechtspraak kan een duurovereenkomst in beginsel worden opgezegd, ook als het contract daar niets over bepaalt.

In deze zaak speelde mee dat:

  • de exploitatieovereenkomsten 17 tot 25 jaar oud waren
  • de investeringen van de platenmaatschappij relatief beperkt waren
  • de opnamen al gereed waren bij het sluiten van de overeenkomsten
  • er later weinig aanvullende investeringen waren gedaan

Onder deze omstandigheden vond de rechtbank dat geen zwaarwegende reden nodig was voor opzegging.  

De opzegging treedt daarom in werking per 1 juli 2026. Vanaf dat moment moet de platenmaatschappij meewerken aan de terugoverdracht van de exploitatierechten aan de artiest.  

Wat deze uitspraak betekent voor de muziekindustrie

Deze uitspraak laat zien dat het juridisch lastig kan zijn om via een procedure hogere streaming royalty’s af te dwingen op basis van oudere platencontracten. De rechter kijkt in de eerste plaats naar de tekst van de overeenkomst en naar de manier waarop partijen daar jarenlang uitvoering aan hebben gegeven.

Tegelijkertijd maakt de uitspraak duidelijk dat langdurige exploitatieovereenkomsten niet altijd onbeperkt blijven doorlopen. Wanneer investeringen zijn terugverdiend en een redelijke opzegtermijn wordt gehanteerd, kan beëindiging van een dergelijke overeenkomst mogelijk zijn.

Voor artiesten, labels en andere partijen die actief zijn in de muziekindustrie onderstreept deze zaak het belang van duidelijke afspraken over digitale exploitatie en streaming. Bij oudere platencontracten kan het verstandig zijn om te laten beoordelen of de huidige exploitatie en inkomstenverdeling nog aansluiten bij de contractuele afspraken en de ontwikkelingen in de markt.

Lees meer updates
Afgelopen 6 en 7 mei heeft Guldemond Advocaten samen met Recht in je Oor een Claude Code Hackathon voor 60 advocaten en juristen georganiseerd. We zijn twee avonden met pizza's, Mac mini's en enthousiaste deelnemers met juridische achtergrond in de wereld van het "vibe coden" gedoken.
Hoe ga je als advocaat om met AI-gegenereerde stukken van cliënten? Wat betekent AI-gebruik voor vertrouwelijkheid en professionele verantwoordelijkheid? En hoe benut je AI als hulpmiddel, zonder je eigen juridische oordeel uit handen te geven? In het nieuwste Advocatenblad bespreekt o.a. collega Julia van Leeuwen als lid van de Projectgroep AI & Digitalisering van de NOvA deze vragen aan de hand van praktijkvoorbeelden.
Het gebruik van foto’s, artiestenbeelden en bekende gezichten in marketingcampagnes lijkt soms onschuldig. Toch kan één afbeelding op een verpakking al leiden tot miljoenenclaims wegens auteursrechtinbreuk, merkinbreuk en ongeoorloofd gebruik van portretrechten. Dat blijkt uit de recente rechtszaak die de bekende zangeres Dua Lipa heeft aangespannen tegen Samsung.