Deze update is geschreven door:

Thomas Kriense
Update

Rituals versus The Body Shop: Schadevordering merkinbreuk en de uitdagingen van faillissementen

Recentelijk is bekend geworden dat Rituals een vordering van maar liefst 20 miljoen euro heeft ingediend in het faillissement van The Body Shop. Deze vordering komt voort uit de door Rituals gewonnen procedure waarbij het Hof Den Haag eind 2023 stelde dat The Body Shop inbreuk maakte op haar merkrechten door het gebruik van het woord “ritual” in een prominente productlijn.

Merkinbreuk The Body Shop

Het gerechtshof Den Haag oordeelde dat The Body Shop onrechtmatig handelde door het woord “ritual” te gebruiken in productnamen als Relaxing Ritual en Revitalising Ritual. Hoewel het woord veel voorkomt in de cosmetische sector, stelde de rechter vast dat het gebruik door The Body Shop verwarringsgevaar opleverde. De prominente herhaling en opmaak van het woord deed vermoeden dat er een link was met het merk Rituals.

De toets die in het merkenrecht centraal staat is: Is er sprake van verwarringsgevaar? Als er geen kans op verwarring is, dan is er geen sprake van merkinbreuk. Denk bijvoorbeeld aan Ajax de voetbalclub, Ajax de brandblussers en Ajax het schoonmaakmiddel. De waren en diensten zijn hier totaal verschillend en deze merken, afkomstig van totaal verschillende ondernemingen, kunnen naast elkaar bestaan.

Bekende merken genieten bovendien ruime bescherming tegen merkinbreuk, waarbij vooral de goodwillfunctie van het merk wordt beschermd. Een merk wordt als ‘bekend’ beschouwd wanneer een aanzienlijk deel van het relevante publiek het merk herkent. Het merk “Rituals” voldoet hier zeker aan.

De rechtbank verwees de zaak naar een schadestaatprocedure, waarbij Rituals de geleden schade mocht claimen.

Schadeclaim van €20 miljoen in faillissementsprocedure

Na de uitspraak diende Rituals, zo blijkt uit onderzoek van RTL Z, een vordering van 20 miljoen euro in tegen de failliete Nederlandse tak van The Body Shop. De curator moet nu onderzoeken of deze vordering gerechtvaardigd is en of er voldoende activa zijn om Rituals en andere schuldeisers te compenseren. Echter: preferente schuldeisers zoals de Belastingdienst en het UWV hebben voorrang. Rituals staat in de rij met andere schuldeisers, die gezamenlijk al 3,8 miljoen euro aan claims hebben ingediend.

Volgens Rituals is de schadeclaim een schatting, gebaseerd op het mislopen van klanten en marktaandeel. Door het faillissement is echter een aparte schadestaatprocedure niet mogelijk, wat verdere onzekerheid creëert over de uitkomst.

De waarde van merkrechten en de uitdagingen van faillissementen

Voor merken als Rituals is het belangrijk om actief hun merkrechten te beschermen. Het gaat niet alleen om het verhalen van schade; optreden tegen merkinbreuken is essentieel om te voorkomen dat een merk verwatert. Wanneer bedrijven zoals Rituals niet (constant) ingrijpen, wordt de drempel voor andere partijen lager om mee te liften op de bekendheid van het merk, wat op lange termijn de exclusiviteit en waarde ervan ondermijnt.

Hoewel Rituals waarschijnlijk naar de geclaimde 20 miljoen euro kan fluiten, is de juridische strijd op zichzelf waardevol. Het geeft een signaal af dat inbreuk op merkrechten niet zonder gevolgen blijft. Zelfs als de financiële opbrengst tegenvalt, is het optreden tegen inbreuk een noodzakelijke investering in de toekomst van het merk.

Lees meer updates
Een bekende merknaam of herkenbare huisstijl is verleidelijk materiaal voor een politieke campagne, satire of online-uiting. Maar wie daarmee aandacht wil trekken, begeeft zich al snel op merkenrechtelijk terrein. Een recent arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie – gewezen in een zaak die voortkwam uit een geschil tussen IKEA en het Vlaams Belang – maakt duidelijk dat merkgebruik, ongerechtvaardigd voordeel, geldige reden en vrijheid van meningsuiting nauw met elkaar samenhangen. Wanneer is een parodie toegestaan, en wanneer lift zij vooral mee op de aantrekkingskracht van een bekend merk?
De LEGO Groep treedt niet alleen op tegen namaakbouwsteentjes, maar ook tegen het (commerciële) gebruik van haar woordmerk LEGO buiten de speelgoedmarkt. In een recente bodemzaak bij de Rechtbank Den Haag stond centraal dat Boon Beton betonnen stapelblokken online aanbood met termen als “Lego”, “Legoblokken van beton” en “betonnen legoblokken”. De kern: LEGO komt op basis van haar woordmerk op tegen de wijze waarop Boon Beton haar producten presenteert en vindbaar maakt, met name door overvloedig en SEO-gedreven gebruik van “LEGO/legoblokken” in webteksten.
Een opvallende rode “bal” op een verpakking kan voor marketeers een krachtig herkenningspunt zijn, maar in het merkenrecht is dat nog geen gegeven: de vraag is of de gemiddelde consument zo’n eenvoudig beeldelement ook echt ziet als herkomstaanduiding en niet slechts als verpakkingdecoratie. Een recente uitspraak van het Benelux‑Gerechtshof over een glanzende rode cirkel/bol op vaatwastabletten laat zien hoe streng die toets kan uitpakken en waarom marktcontext en sectorconventies daarbij zwaar wegen. In dit blog bespreek ik aan de hand van die uitspraak wanneer een teken intrinsiek onderscheidend is, wanneer het dat niet is, en hoe een aanvankelijk “decoratief” element via inburgering toch merkrechtelijke bescherming kan verkrijgen.