Deze update is geschreven door:

Thomas Kriense
Update

Puma vs. Monshoe bij de Hoge Raad: Geen verband, geen verwarring

Wederom een hoogoplopende merkenrecht zaak over (als merk functionerende) strepen op schoenen. Dit keer is het niet Adidas die haar iconische drie strepen-merk wenst te beschermen, maar het merk Puma die over haar “form-strip” ruzie maakt met het Nederlandse Monshoe. Puma bezit al sinds de jaren ’60 deze streep als beeldmerk geregistreerd voor sportschoenen en aanverwante producten. Toen het Nederlandse Monshoe met damessneakers op de markt verscheen waarop óók een langgerekte, afgebogen streep stond, vond Puma dat te veel op haar Formstrip lijken. Het resultaat: een juridische strijd die uiteindelijk uitkwam bij de Hoge Raad. Op 7 november 2025 oordeelde de Hoge Raad dat Monshoe geen inbreuk maakt op de merkrechten van Puma (ECLI:NL:HR:2025:1654).

De afgebogen streep als merk

Puma gebruikt de Formstrip al decennialang als beeldmerk, onder meer voor sportschoenen. Monshoe Fashion B.V. is een Nederlandse groothandel en ontwerper van damesschoenen. Onder de merken Shoecolate en Pearlz verkoopt Monshoe sneakers met aan de zijkant een langgerekte streep die onderaan scherp afbuigt.

Puma’s merken

Monshoe’s gebruik van de een (soortgelijke) streep op de schoen (let op het gaat niet om de gekleure strepen maar om de grijs-witte streep).

Volgens Puma riep die streep direct de associatie met haar Formstrip op. In rechte stelde Puma dat Monshoe merkinbreuk pleegde op twee gronden. Ten eerste op de zogenoemde b‑grond: er zou verwarringsgevaarbestaan, omdat consumenten zouden kunnen denken dat de Monshoe-schoenen van Puma afkomstig zijn, of dat er een economisch verband is. Ten tweede op de c‑grond: Monshoe zou ongerechtvaardigd voordeel trekken uit de reputatie en het onderscheidend vermogen van Puma’s bekende beeldmerken, of daaraan afbreuk doen.

De rechtbank Den Haag gaf Puma aanvankelijk grotendeels gelijk. In hoger beroep draaide het gerechtshof Den Haag dat vonnis echter terug: volgens het hof maakte Monshoe geen inbreuk. Vervolgens stapte Puma naar de Hoge Raad. Monshoe stelde op haar beurt een incidenteel cassatieberoep in. De Hoge Raad verwierp beide beroepen. Daarmee bleef het oordeel van het hof in stand en mocht Monshoe haar schoenen gewoon blijven verkopen.

Twee juridische gronden merkinbreuk: verwarringsgevaar en afbreuk doen aan onderscheidend vermogen

De vorderingen van Puma steunden op twee pijlers uit het merkenrecht. De zogenaamde sub b‑grond die ziet op verwarringsgevaar: Het merk en teken lijken zo op elkaar, en worden gebruikt voor zulke gelijksoortige waren, dat het publiek kan denken dat de producten uit dezelfde commerciële bron komen. De c‑grond gaat nog een stap verder in de bescherming van bekende merken. Ook als er geen verwarring is, kan inbreuk worden aangenomen wanneer het teken profiteert van de reputatie of het onderscheidend vermogen van een bekend merk, of daaraan afbreuk doet. Voor die c‑grond is wel vereist dat het publiek bij het zien van het teken aan het merk denkt. Het gaat dus om een associatie: roept het teken de merkherinnering op?

Lijken de strepen te veel op elkaar?

Omdat het in deze zaak gaat om beeldmerken zonder woordelement en zonder betekenis, staat de visuele vergelijking centraal. Het hof erkent dat er een overeenkomst is: zowel de Formstrip van Puma als de streep van Monshoe zijn langgerekte strepen die onderaan afbuigen. Maar vervolgens kijkt het hof nauwkeurig naar de vormdetails.

De Formstrip van Puma heeft een verbreding richting de onderkant en een uitwaaierende vorm, waardoor de streep aan het einde breder is dan aan het begin. De buitenlijn buigt geleidelijk en loopt naar buiten toe uit. Die uitwaaierende basisvorm is volgens het hof een karakteristiek en dominerend element van de Puma-beeldmerken.

Bij de Monshoe-streep is dat anders. Daar lopen de boven- en onderzijde grotendeels parallel. De streep oogt over de gehele lengte smaller en eindigt in een scherpere, puntige afbuiging. Ook is de hellingshoek van het bovenste deel van de streep bij Monshoe steiler dan bij de Formstrip. Bovendien begint de Formstrip smal en wordt breder, terwijl dat effect bij Monshoe veel minder zichtbaar is.

Het hof concludeert daarom dat er wel enige visuele overeenstemming is, maar dat die overeenstemming “(zeer) gering” is. De kenmerkende uitwaaiering van Puma ontbreekt en dat is nu juist wat de consument herkent als typisch Puma.

Ziet het publiek een verband tussen Puma en Monshoe?

Daarmee komt de kernvraag in beeld: legt de gemiddelde consument, bij het zien van de Monshoe-schoen, een verband met Puma? Voor de c‑grond is het voldoende dat de consument bij het zien van de Monshoe-streep aan Puma denkt, ook zonder echte verwarring over de herkomst. Voor de b‑grond moet er daadwerkelijk verwarringsgevaar ontstaan.

Het hof gaat er veronderstellenderwijs van uit dat de Formstrip-beeldmerken van Puma aanmerkelijk bekend zijn en dat ze, mede door die bekendheid, een verhoogd onderscheidend vermogen hebben. Bovendien gebruikt Monshoe haar streep op dezelfde soort producten als Puma: schoenen. Toch vindt het hof dat dit alles onvoldoende is om een publiek verband aan te nemen. De overeenstemming tussen teken en merk is simpelweg te beperkt. De consument herkent de unieke uitwaaierende Puma-strook niet terug bij Monshoe.

Een belangrijk onderdeel van het oordeel zijn de marktonderzoeken die Monshoe in hoger beroep heeft ingebracht. Uit die onderzoeken, uitgevoerd in Nederland, België en Duitsland, bleek dat het publiek in overwegende mate geen verband legde tussen de Monshoe-streep en de Puma-merken. Puma heeft daar géén eigen marktonderzoek tegenover gesteld. Het hof benadrukt dat marktonderzoeken niet de enige waarheid vormen, maar ze ondersteunen wel het oordeel dat de overeenstemming te gering is om de vereiste merkassociatie tot stand te brengen.

Omdat het publiek bij het zien van de Monshoe-schoen niet eens aan Puma denkt, strandt de c‑grond. Als er geen verband is, kan er ook geen sprake zijn van meeliften op Puma’s reputatie of van afbreuk aan het onderscheidend vermogen van haar merken.

En wat dan met verwarringsgevaar?

Puma vond dat het hof te snel had geconcludeerd dat er géén verwarringsgevaar kon zijn, enkel omdat het publiek geen verband zag voor de c‑grond. Volgens Puma had het hof uitgebreider moeten onderzoeken of er verwarring kon ontstaan, met afzonderlijke aandacht voor zaken als merkbekendheid, soortgelijkheid van de producten en de manier waarop de merken in de praktijk worden gebruikt.

De Hoge Raad erkent in zijn arrest dat in abstracto het volgende geldt: zodra er een zekere, zelfs geringe mate van overeenstemming bestaat tussen merk en teken, moet worden onderzocht of verwarringsgevaar kan optreden. Ook een relatief beperkte gelijkenis kan, in combinatie met andere factoren, toch tot verwarring leiden. Maar de Hoge Raad vindt niet dat het hof dit heeft miskend.

De Hoge Raad legt uit dat voor de c‑grond al voldoende is dat het publiek een verband ziet omdat het teken een herinnering aan het merk oproept. Voor de b‑grond is méér nodig: niet alleen een associatie, maar ook het risico dat het publiek gelooft dat de waar van dezelfde commerciële bron afkomstig is. Met andere woorden: de b‑grond vergt een sterker verband dan de c‑grond.

Vanuit die systematiek is de redenering vervolgens eenvoudig. Als de rechter – na weging van alle omstandigheden – al heeft vastgesteld dat het relevante publiek bij het teken van Monshoe niet eens aan Puma denkt, dan ligt in dat oordeel besloten dat er ook geen verwarringsgevaar is. Wie het verschil tussen de strepen zó duidelijk ziet dat hij Puma er niet eens bij in gedachten neemt, zal ook niet denken dat de schoenen van Puma of een gelieerd bedrijf zijn. De Hoge Raad vindt dat het hof de relevante factoren al heeft meegewogen bij de beoordeling van het “verband” en dat het dat niet nog een tweede keer, onder een andere noemer, hoefde te doen.

Gevolgen voor ontwerpers en merkhouders

Deze zaak laat zien dat de bescherming van bekende merken groot is, maar niet onbegrensd. Ontwerpers krijgen hier een zekere geruststelling: een stijlkenmerk overnemen – zoals een gebogen streep op een schoen – is op zichzelf nog niet verboden. Het draait om de vraag of de onderscheidende kern van het oudere merk wordt geraakt en of het publiek daardoor een merkassociatie legt. In het geval van Puma is die kern juist de uitwaaierende form-strip. Zolang een nieuwe streep die typische vorm duidelijk mist en visueel een andere totaalindruk wekt, is de ruimte voor creatieve variatie groter.

Voor houders van bekende merken is de zaak een reminder dat bekendheid niet automatisch een monopolie op een breed stijlelement oplevert. Wie zich beroept op merkinbreuk zal duidelijk moeten kunnen uitleggen wat nu het echt onderscheidende element is en waarom een later teken dat element zodanig overneemt dat het publiek aan het merk moet denken of zelfs in verwarring raakt. In veel gevallen zal degelijk marktonderzoek daarbij onmisbaar zijn. In deze zaak heeft Monshoe daar duidelijk van geprofiteerd, terwijl Puma op dat punt niets tegenoverstelde.

Tot slot; Monshoe heeft aangekondigd een schadeclaim te overwegen wegens misgelopen verkopen tijdens de procedures. Daarmee verschuift de strijd van de vraag “is er merkinbreuk?” naar “wie draagt de schade van jaren procederen?”. Juridisch is de merkrechtelijke kous af, maar civielrechtelijk zou er nog een nasleep kunnen komen.

Onder aan de streep bevestigt deze zaak een duidelijke lijn: als het publiek geen verband legt tussen een teken en een bekend merk, is er geen ruimte voor een beroep op aanhaken of verwarring. Dat geeft ontwerpers meer speelruimte, en dwingt merkhouders om scherp en bewijsbaar te definiëren waar hun échte onderscheidingskracht ligt.

Voor meer informatie over het merkenrecht, neem contact op met Thomas Kriense van Guldemond Advocaten.

Lees meer updates
Gemaakte afspraken zijn niet zomaar terug te draaien als blijkt dat je (wellicht onverwacht) successen behaalt of wanneer de exploitatie middelen door de ontwikkelingen in de wereld van muziekexploitatie, veranderen.
Op 2 juli 2025 heeft het Gerecht Ferrari gelijk gegeven in de strijd om om de vraag of het Uniemerk “TESTAROSSA” voor speelgoed/schaalmodellen normaal gebruik werd als niet Ferrari zélf, maar een licentiehouder dit merk gebruikt voor schaalmodellen
De brief die bij ruim 400.000 (!) vrouwen in Nederland al op de mat is gevallen, heeft voor de nodige (terechte) opschudding gezorgd. Schrik, boosheid en een knauw in het vertrouwen in een essentiële publieke dienst zijn begrijpelijke reacties. Maar betekent dit dat je ook recht hebt op schadevergoeding – individueel of via een collectieve actie? En hoe wordt hier in de praktijk mee omgegaan?