De Kapotte Kachels maakten een carnavalsnummer met een knipoog naar een wereldhit: Dikke Pens (Clap Your Pens). De melodie deed sterk denken aan Take A Chance On Me van ABBA. Het parodie nummer werd op Spotify gezet, maar Universal liet het namens ABBA offline halen. De kern: De Kapotte Kachels beriepen zich op de parodie-exceptie, maar volgens de rechtbank ging commerciële exploitatie van deze opname een stap te ver.
Waar ging het juridisch om?
De zaak ECLI:NL:RBMNE:2026:4647 draait om artikel 18b Auteurswet: de parodie-exceptie.
Die bepaling maakt het mogelijk om een auteursrechtelijk beschermd werk te gebruiken voor een karikatuur, parodie of pastiche, mits dat gebruik maatschappelijk aanvaardbaar is. In Europese context moet die uitzondering worden uitgelegd aan de hand van het bekende Deckmyn-arrest van het Hof van Justitie.
Simpel gezegd komt het erop neer dat een parodie twee dingen moet doen. Zij moet een bestaand werk oproepen, maar daarvan ook voldoende verschillen. Daarnaast moet sprake zijn van humor of spot. Dat is echter niet het einde van de toets. Ook als iets in beginsel een parodie is, moet nog steeds een belangenafweging plaatsvinden: hoe ver reikt de vrijheid van expressie van de maker, en wanneer wegen de belangen van de auteursrechthebbende zwaarder?
Die belangenafweging stond in deze zaak centraal. Tussen partijen was namelijk niet echt in geschil dat Dikke Pens het werk van ABBA opriep en een humoristische, carnavaleske insteek had. De vraag was vooral of De Kapotte Kachels de opname van dat nummer ook commercieel mochten exploiteren.
De parodie-exceptie is geen vrijbrief
De rechtbank benadrukt dat de parodie-exceptie ruimte biedt voor humor, spot en artistieke expressie. Dat is belangrijk, zeker bij carnaval, waar overdrijving, omkering en bewerking van bestaande cultuuruitingen een grote rol spelen.
Maar die ruimte is niet onbeperkt. De rechtbank keek onder meer naar:
• hoeveel van het oorspronkelijke werk is overgenomen;
• hoe herkenbaar het oorspronkelijke werk blijft;
• welke functie dat oorspronkelijke werk heeft in de nieuwe uiting;
• hoe het nieuwe werk wordt verspreid en geëxploiteerd;
• en welk belang de rechthebbende heeft om zich tegen die exploitatie te verzetten.
In dit geval pakte die afweging uit in het voordeel van Universal/ABBA.
Waarom woog het belang van ABBA zwaarder?
De rechtbank vond vooral van belang dat de herkenbare melodielijn van Take A Chance On Me gedurende het hele carnavalsnummer te horen is. Het ging dus niet om een korte verwijzing, een losse knipoog of een fragment dat slechts als startpunt diende. De melodie bleef volgens de rechtbank een wezenlijk onderdeel van Dikke Pens.
Daar kwam bij dat Take A Chance On Me een zeer bekend nummer is. Juist daardoor is de melodie direct herkenbaar en kan het carnavalsnummer een groot publiek bereiken. De Kapotte Kachels hadden bovendien een commercieel belang bij exploitatie via Spotify: niet alleen vanwege inkomsten uit streams, maar ook vanwege vindbaarheid, bekendheid en mogelijke boekingen voor optredens.
Verder speelde mee dat verspreiding via streamingdiensten niet tijdelijk of incidenteel is. Een carnavalsnummer op Spotify is in beginsel wereldwijd en voor onbepaalde tijd beschikbaar. Daardoor ontstaat volgens de rechtbank een blijvende associatie tussen het werk van ABBA en een uiting met een heel andere inhoud en strekking.
Dat laatste was relevant omdat Universal ook wees op het belang van ABBA om niet ongewenst te worden gekoppeld aan een thema waarmee zij zich niet wil associëren. Take A Chance On Me heeft een liefdesthema; Dikke Pens gaat over diklijvigheid. De rechtbank maakte daarbij duidelijk dat het niet nodig is dat de nieuwe tekst discriminatoir of ontoelaatbaar is. Ook zonder dat kan een rechthebbende belang hebben bij het voorkomen van een blijvende koppeling tussen zijn werk en een uiting met een andere lading.
Live spelen mag dus wel
Een belangrijk nuancepunt is dat de rechtbank de vrijheid van meningsuiting en artistieke expressie van De Kapotte Kachels niet volledig beperkt. Het nummer mag nog steeds live worden uitgevoerd, ook tijdens carnaval. Ook televisieoptredens zijn toegestaan, net als het online plaatsen van beeldopnames van die live- of televisieoptredens.
De beperking ziet dus niet op iedere vorm van gebruik, maar specifiek op de commerciële exploitatie van de opname van Dikke Pens. Denk aan exploitatie via Spotify, radio of fysieke uitgaven.
Dat onderscheid is belangrijk. De rechtbank zegt in feite: de carnavaleske uiting krijgt ruimte, maar de opname mag niet als zelfstandig commercieel product onbeperkt wereldwijd worden geëxploiteerd wanneer de herkenbare melodie van ABBA daarin zo’n centrale rol speelt.
Geen algemeen verbod op muzikale parodieën
De Kapotte Kachels voerden ook aan dat een afwijzing van hun beroep op de parodie-exceptie een zogenoemd chilling effect zou kunnen hebben: makers van carnavalsmuziek zouden dan terughoudender worden om parodieën op bekende nummers te maken.
De rechtbank ging daar niet in mee. De beslissing ziet volgens de rechtbank uitsluitend op de concrete omstandigheden van deze zaak. Daaruit volgt dus niet dat parodieën op bekende nummers in algemene zin verboden zijn. Ook het bestaan van andere carnavalsparodieën zegt volgens de rechtbank weinig: het kan zijn dat rechthebbenden daarvan niet op de hoogte zijn, niet willen optreden, procederen te kostbaar vinden of het gebruik juist wél toestaan.
De boodschap is dus niet: parodie mag niet. De boodschap is: of een parodie auteursrechtelijk is toegestaan, hangt sterk af van de omstandigheden van het geval.
De uitslag: geen commerciële exploitatie
De vorderingen van De Kapotte Kachels werden afgewezen. De rechtbank oordeelde dat de parodie-exceptie in dit geval geen rechtvaardiging biedt voor commerciële exploitatie van de opname van Dikke Pens.
Waarom is deze uitspraak relevant?
Deze uitspraak is relevant voor iedereen die werkt met parodieën, remixes, inhakers, carnavalsnummers of andere creatieve bewerkingen van bestaande werken.
Praktisch vertaald:
• Een parodie mag een bestaand werk oproepen, maar dat betekent niet dat ieder gebruik automatisch is toegestaan.
• Hoe herkenbaarder en centraler het oorspronkelijke werk in de nieuwe uiting aanwezig blijft, hoe groter het risico.
• Commerciële exploitatie weegt zwaar mee, zeker wanneer het werk wereldwijd en onbeperkt beschikbaar wordt gesteld via streamingdiensten.
• Een live-uitvoering of tijdelijke context kan juridisch anders worden beoordeeld dan een opname die als zelfstandig product online blijft staan.
• Ook reputatiebelangen en ongewenste associaties kunnen een rol spelen in de belangenafweging.
De uitspraak trekt daarmee een genuanceerde grens. Carnaval, humor en parodie krijgen ruimte, maar vormen geen vrijbrief om een wereldberoemde melodie onbeperkt commercieel te exploiteren. Voor makers betekent dit dat zij niet alleen moeten kijken of hun werk grappig of parodiërend bedoeld is, maar ook hoe herkenbaar het oorspronkelijke werk blijft en op welke manier de nieuwe versie wordt verspreid en verdiend.
Voor rechthebbenden bevestigt het vonnis dat zij ook tegen parodiegebruik kunnen optreden wanneer hun werk een centrale rol blijft spelen in een commercieel geëxploiteerde bewerking. De parodie-exceptie blijft dus een belangrijke vrijheid, maar wel één die uiteindelijk draait om balans.