Deze update is geschreven door:

Thomas Kriense
Update

Nieuwe exploitatie vs. oude contracten: de strijd om streaminginkomsten

In mijn vorige blog – De prijs van onwetendheid: wat artiesten kunnen leren van Ronnie Flex vs. Top Notch – liet ik zien dat Ronnie Flex grotendeels bot ving in zijn gevecht met Top Notch. Gemaakte afspraken zijn niet zomaar terug te draaien als blijkt dat je (wellicht onverwacht) successen behaalt of wanneer de exploitatie middelen door de ontwikkelingen in de wereld van muziekexploitatie, veranderen.

Op 22 oktober 2025 deed de rechtbank Amsterdam uitspraak in een drietal zaken aangespannen door artiesten tegen Universal. Ook hier vonden de artiesten dat Universal te weinig betaalde voor, in dit geval, streams en downloads, gebaseerd op oude contracten uit het cd-tijdperk. Zij wilde een nieuwe deal: minstens 50% van de inkomsten uit streaming en erkenning als producent.

De rechter dacht daar anders over. Alle vorderingen werden afgewezen.

Streaming is geen toverwoord voor 50/50

De redenering van de artiest was simpel: streaming is geen verkoop, maar licentieverlening aan platforms als Spotify en Apple Music. En licentie betekent: delen.

Klinkt logisch, maar juridisch werkt het anders.
In het contract stond namelijk dat streaming viel onder “Elektronische Muziek Distributie” (EMD), met vaste percentages. En precies daar hield de rechtbank aan vast: Ofwel, wat je hebt afgesproken, geldt. Punt. Dat Universal in 2024 zélf de royalty’s verhoogde naar 20% “at source” deed daar niets aan af. Dat was een gebaar van goodwill, geen bewijs dat het oude systeem fout was.

Afspraak is afspraak

Veel artiesten herkennen dat gevoel.
Je dacht destijds aan doorbreken, niet aan juridische formuleringen en contracten. En nu blijkt dat je label veel meer verdient aan je streams dan jijzelf.

De artiesten in deze zaak probeerde het via twee juridische routes:

  • het contract was onredelijk bezwarend, en
  • de toepassing ervan in strijd met redelijkheid en billijkheid.

Hier ging de rechtbank niet in mee.
De afspraken waren bij het tekenen gangbaar, de artiesten waren niet misleid of onder druk gezet, en het feit dat streaming later belangrijker werd, verandert dat niet.

De boodschap van de rechter is helder:
De wereld mag veranderen, maar je contract verandert niet vanzelf mee.

Producent van je eigen muziek? Niet vanzelf

De artiest voerde ook aan dat hij zelf de fonogrammenproducent was van het eerste album: hij had immers het creatieve proces geleid en al vóór Universal opgenomen.

Maar juridisch draait het niet om creativiteit, maar om financiële verantwoordelijkheid.
Universal had de kosten voor mixing en mastering betaald, stond als producent op het album vermeld en had zelfs de rechten van de oorspronkelijke producer overgenomen.

Wie als producent op het album staat, wordt verondersteld producent te zijn, tenzij je dat kunt weerleggen.

De les

Net als bij de zaak van Ronnie Flex draait het hier niet om onwil van het label, maar om een juridische realiteit: een getekend contract blijft in principe gewoon gelden, ook als de markt verandert.

De meeste artiesten verliezen niet omdat ze ongelijk hébben, maar omdat ze hun gelijk nooit goed hebben vastgelegd.

Of, zoals deze zaak laat zien:
de rechter kijkt niet naar wat eerlijk voelt, maar naar wat is afgesproken.

Wat je hiervan kunt leren als artiest

  1. Vraag hulp vóórdat je tekent.
    Niet van een vriend die “wel iets met rechten” doet, maar van iemand die de valkuilen kent.
  2. Leg streaming expliciet vast.
    Hoe wordt er afgerekend? Welke kosten mogen worden afgetrokken? Wat betekent “at source”?
  3. Bouw een heronderhandelingsclausule in.
    Zo kun je bij nieuwe exploitatievormen of veranderde marktomstandigheden opnieuw afspraken maken.
  4. Bewaar bewijs van je investering.
    Betaal jij (mee) aan de opnames? Zet dat op papier — mét credit als producent.

Wil jij weten of jouw contract nog klopt met de tijd waarin je muziek leeft?
Neem dan contact op met Thomas Kriense van Guldemond Advocaten.

Lees meer updates
Puma
Wederom een hoogoplopende merkenrecht zaak over (als merk functionerende) strepen op schoenen. Dit keer is het niet Adidas die haar iconische drie strepen-merk wenst te beschermen, maar het merk Puma die over haar “form-strip” ruzie maakt met het Nederlandse Monshoe. Puma bezit al sinds de jaren ’60 deze streep als beeldmerk geregistreerd voor sportschoenen en aanverwante producten. Toen het Nederlandse Monshoe met damessneakers op de markt verscheen waarop óók een langgerekte, afgebogen streep stond, vond Puma dat te veel op haar Formstrip lijken. Het resultaat: een juridische strijd die uiteindelijk uitkwam bij de Hoge Raad. Op 7 november 2025 oordeelde de Hoge Raad dat Monshoe geen inbreuk maakt op de merkrechten van Puma.
Op 2 juli 2025 heeft het Gerecht Ferrari gelijk gegeven in de strijd om om de vraag of het Uniemerk “TESTAROSSA” voor speelgoed/schaalmodellen normaal gebruik werd als niet Ferrari zélf, maar een licentiehouder dit merk gebruikt voor schaalmodellen
De brief die bij ruim 400.000 (!) vrouwen in Nederland al op de mat is gevallen, heeft voor de nodige (terechte) opschudding gezorgd. Schrik, boosheid en een knauw in het vertrouwen in een essentiële publieke dienst zijn begrijpelijke reacties. Maar betekent dit dat je ook recht hebt op schadevergoeding – individueel of via een collectieve actie? En hoe wordt hier in de praktijk mee omgegaan?