Deze update is geschreven door:

Thomas Kriense
Update

ACM publiceert leidraad over de Data Act: wat moet je doen als je “slimme” producten verkoopt?

Je hebt een product dat niet alleen werkt, maar ook meet. En niet alleen meet, maar ook praat: bijvoorbeeld met een app, met de cloud, via een platform. Dat is precies het soort product waar veel ondernemers vandaag geld mee verdienen — en waar de EU Data Act(Dataverordening) zich op richt. De ACM heeft daar nu een (voorlopige) leidraad over gepubliceerd, bedoeld om bedrijven die een verbonden product of gerelateerde dienst aanbieden uit te leggen wat ze moeten doen. 

In de kern is de Data Act is een gegevensdelingskader. Het bepaalt wie toegang krijgt tot welke gegevens, onder welke voorwaarden en met welk doel. En dat raakt niet alleen de partij die data “genereert” in een IoT‑device (Internet of Things). Afhankelijk van het hoofdstuk kunnen gegevenshouders, gegevensontvangers (derden) en soms ook overheidsinstanties verplichtingen hebben. Gebruikers krijgen vooral rechten: toegang en het recht om data te laten doorsturen.

Wat zijn “slimme” producten in de Data Act?

De ACM noemt ze in de leidraad expliciet: Het gaat om apparaten die gegevens genereren/verzamelen en die gegevens kunnen uitwisselen (zogenaamde verbonden producten, ook wel “slimme apparaten genoemd).

En let op: het gaat niet alleen om de hardware. De Data Act kijkt ook naar gerelateerde diensten: digitale diensten die gekoppeld zijn aan het verbonden product en waarmee de functionaliteit, het gedrag of de bediening van het product kan worden beïnvloed — bijvoorbeeld een app waarmee je een slimme thermostaat bedient.  

Vuistregel voor ondernemers: als jouw product data produceert én verbonden is, zit je vaak in scope. En als jouw app/cloud de werking kan aansturen, dan zit je snel óók in scope met een gerelateerde dienst.

Wie moet wat doen? (gebruiker, gegevenshouder, gegevensontvanger)

In de Data Act zijn rollen belangrijker dan labels als “fabrikant” of “platform”.

De gebruiker

De gebruiker (dat kan óók een rechtspersoon zijn) krijgt het uitgangspunt mee: zeggenschap over gegevens die worden verzameld door gebruik van het verbonden product.  De gebruiker kan toegang vragen, en kan ook vragen dat gegevens worden doorgestuurd naar een derde.

De gegevenshouder

De gegevenshouder is de partij die (veelal op basis van een overeenkomst) het recht of de verplichting heeft om gegevens te gebruiken of beschikbaar te stellen.  Dat is vaak de fabrikant of aanbieder van de gerelateerde dienst, maar het kan ook anders: de rol kan contractueel worden overgedragen en er kunnen meerdere gegevenshouders zijn.

De gegevensontvanger (derde)

Een derde die data ontvangt moet zich aan duidelijke gebruiksgrenzen houden. De ACM noemt bijvoorbeeld dat de derde de data niet mag doorgeven aan “poortwachters” (DMA), niet mag gebruiken op een manier die negatieve gevolgen heeft voor de veiligheid, en de overeengekomen maatregelen rond bedrijfsgeheimen moet naleven.

Waaraan moet je precies voldoen als je slimme producten op de markt brengt?

Precontract: informeer vóórdat de klant tekent

De Data Act kent een transparantieverplichting: de gebruiker moet vóór het sluiten van een overeenkomst (koop/huur/lease van het product of levering van de gerelateerde dienst) informatie krijgen over toegang en gebruik van data.  Bij verbonden producten rust die plicht op de verkoper/verhuurder/leasegever.

Het gaat o.a. om: welk type data het product genereert, het formaat en geschat volume (incl. continue/realtime), waar het product opslaat en hoe lang, en hoe de gebruiker data kan raadplegen/opvragen/wissen.  Het is daarbij de bedoeling dat die informatie duidelijk en begrijpelijk is en opnieuw wordt verstrekt als zij wijzigt.

Doorgifte aan derden: “stuur mijn data naar partij X”

De gebruiker kan de gegevenshouder verzoeken om een derde toegang te verlenen; die mogelijkheid bestaat altijd, los van of de gebruiker zelf direct of indirect toegang heeft.  Voor die derde‑toegang moet de gegevenshouder met de derde partij voorwaarden (en eventueel een vergoeding) afspreken.

Wat moet je nu regelen?

Als je verbonden producten of gerelateerde diensten aanbiedt, kun je het aanpakken alsof je een nieuw “recht” inbouwt in je product en contractketen:

1) Bepaal: is dit een verbonden product / gerelateerde dienst? (check bidirectionele app/cloud).  
2) Wijs rollen toe: wie is gegevenshouder (en zijn er meerdere)?  
3) Fix je precontract‑informatie: type data, formaat/volume, opslag/bewaartermijn, toegangsmethode.  
4) Bouw toegang: direct waar passend (zeker richting 2026), anders “onmiddellijk op verzoek” met proportionele verificatie.   
5) Maak third‑party sharing werkbaar: voorwaarden/FRAND‑set en operationele flow.  
6) Bereid de handremmen voor: bedrijfsgeheimen/security onderbouwd en met meldroute. 

Lees meer updates
Een opvallende rode “bal” op een verpakking kan voor marketeers een krachtig herkenningspunt zijn, maar in het merkenrecht is dat nog geen gegeven: de vraag is of de gemiddelde consument zo’n eenvoudig beeldelement ook echt ziet als herkomstaanduiding en niet slechts als verpakkingdecoratie. Een recente uitspraak van het Benelux‑Gerechtshof over een glanzende rode cirkel/bol op vaatwastabletten laat zien hoe streng die toets kan uitpakken en waarom marktcontext en sectorconventies daarbij zwaar wegen. In dit blog bespreek ik aan de hand van die uitspraak wanneer een teken intrinsiek onderscheidend is, wanneer het dat niet is, en hoe een aanvankelijk “decoratief” element via inburgering toch merkrechtelijke bescherming kan verkrijgen.
Vijf schuimige bierglazen, in een patroon gerangschikt op een bar. Op het eerste gezicht een onschuldige verwijzing naar carnaval of gezelligheid. Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) dacht daar anders over en sommeerde Bavaria de reclame campagne per direct te staken. Waarom? Omdat deze opstelling dusdanig doet denken aan het iconische logo van de Olympische Spelen, de vijf gekleurde, in elkaar grijpende ringen, dat dit (naar alle waarschijnlijkheid) volgens het IOC merkinbreuk oplevert.
Puma
Wederom een hoogoplopende merkenrecht zaak over (als merk functionerende) strepen op schoenen. Dit keer is het niet Adidas die haar iconische drie strepen-merk wenst te beschermen, maar het merk Puma die over haar “form-strip” ruzie maakt met het Nederlandse Monshoe. Puma bezit al sinds de jaren ’60 deze streep als beeldmerk geregistreerd voor sportschoenen en aanverwante producten. Toen het Nederlandse Monshoe met damessneakers op de markt verscheen waarop óók een langgerekte, afgebogen streep stond, vond Puma dat te veel op haar Formstrip lijken. Het resultaat: een juridische strijd die uiteindelijk uitkwam bij de Hoge Raad. Op 7 november 2025 oordeelde de Hoge Raad dat Monshoe geen inbreuk maakt op de merkrechten van Puma.