Deze update is geschreven door:

Thomas Kriense
Update

LEGO® vs. ‘betonnen legoblokken’ – Meeliften op bekende merken

(afbeelding bron: https://boonbeton.nl/ ) 

De LEGO Groep treedt niet alleen op tegen namaakbouwsteentjes, maar ook tegen het (commerciële) gebruik van haar woordmerk LEGO buiten de speelgoedmarkt. In een recente bodemzaak bij de Rechtbank Den Haag stond centraal dat Boon Beton betonnen stapelblokken online aanbood met termen als “Lego”, “Legoblokken van beton” en “betonnen legoblokken”. De kern: LEGO komt op basis van haar woordmerk op tegen de wijze waarop Boon Beton haar producten presenteert en vindbaar maakt, met name door overvloedig en SEO-gedreven gebruik van “LEGO/legoblokken” in webteksten.

Waar ging het juridisch om?

LEGO is – als geen ander – voortdurend bezig haar (merk)rechten te beschermen. Een van haar grootste zorgen is namelijk dat zowel de steentjes zelf als het woord (en dus het merk) LEGO verworden van merknaam tot soortnaam. Wanneer een merk dat bedoeld is als onderscheidingsteken voor producten van een bepaalde onderneming in het spraakgebruik vooral wordt geassocieerd met een soort of type product, verliest het zijn onderscheidend vermogen en “verwatert” het tot een generieke aanduiding. Denk aan Luxaflex, Aspirine, Vaseline en Post-it: allemaal ooit een merknaam, maar (in het dagelijks taalgebruik) vaak gebruikt als soortnaam.

LEGO is als de dood dat het merk LEGO verwordt tot soortnaam, en treedt daarom actief (en doorgaans effectief) op tegen partijen die te pas en te onpas “LEGO” gebruiken als soortaanduiding, zoekterm of marketinglabel. In het onderhavige geval baseerde LEGO haar vorderingen primair op de bescherming van bekende merken: ook als er géén sprake is van direct verwarringsgevaar (men zal immers niet snel denken dat de Deense speelgoedfabrikant zich in de wereld van betonproducten is gaan mengen), kan het gebruik van een overeenstemmend teken worden verboden wanneer daardoor ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit de reputatie van het merk (“meeliften”) en/of wanneer afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van dat merk (bijvoorbeeld door verwatering). De kern van die grond is dus dat het niet alleen gaat om wie het product aanbiedt, maar vooral om hoe het teken “LEGO” in de aanbieding wordt ingezet en welk effect dat heeft op de merkfunctie en uitstraling van LEGO.

Boon Beton stelde zich (kort gezegd) op het standpunt dat “(betonnen) legoblokken” in de bouwsector al lang een gangbare aanduiding is voor stapelbare, modulaire betonblokken, en dat het dus gaat om beschrijvend gebruik. Zij vorderde in reconventie verklaringen voor recht dat er geen inbreuk was en dat haar gebruik onder de beschrijvend-gebruik-exceptie valt.

De rechtbank Den Haag

De rechtbank nam als uitgangspunt dat de LEGO-merken bekende merken zijn en dat de gebruikte tekens met LEGO overeenstemmen. Het echte debat zat in (i) ongerechtvaardigd voordeel/meeliften, en (ii) of Boon Beton zich kon beroepen op eerlijk, beschrijvend gebruik.

1) Meeliften/‘free-riding’ via vindbaarheid en aantrekkingskracht

De rechtbank leidde uit Boon Betons eigen verklaringen af dat het gebruik van “LEGO/legoblokken” (mede) was ingegeven door vindbaarheid in Google en commerciële voordelen.

In de procedure werd onweersproken aangevoerd dat Boon Beton had geschreven dat bedrijven het woord LEGO zouden blijven gebruiken “totdat de rechter een uitspraak heeft gedaan” en dat gebruik van LEGO maakt dat zij “vaker en makkelijker vindbaar zijn via Google” en dat ondertekenen zou betekenen dat zij “minder goed vindbaar” is en dat dit “omzet” kost.

De rechtbank kwalificeerde dit als varen “in het kielzog” van LEGO: Boon Beton profiteerde van de aantrekkingskracht en reputatie van het bekende merk, en trok daarmee ongerechtvaardigd voordeel.

2) Beschrijvend gebruik is mogelijk — maar kent grenzen

Belangrijk: de rechtbank erkende dat LEGO beschrijvend gebruik van haar merk in zekere mate moet dulden, bijvoorbeeld wanneer een aanbieder eenmalig uitlegt dat producten een modulair karakter hebben “met noppen, zoals Lego-blokjes”.

Maar die ruimte wordt begrensd door:

  • de manier waarop wordt verwezen naar LEGO;
  • de hoeveelheid verwijzingen.

Het “overvloedige gebruik” op de website werd in dit geval niet gezien als eerlijk in nijverheid en handel; de rechtbank noemt het handelen “deloyaal”. Daarmee strandde het beroep op de beschrijvend-gebruik-exceptie.

De uitslag: Een verbod en de volledige proceskosten (en die kunnen flink oplopen).

Waarom is dit vonnis relevant voor online marketing en SEO?

Deze zaak laat zien dat bij bekende merken het risico niet pas ontstaat bij verwarringsgevaar, maar ook wanneer een derde het merk inzet als vindbaarheids- en aantrekkingskrachtmotor.

Praktisch vertaald:

  • Een incidentele, uitleggerige vergelijking (“zoals Lego-blokjes”) kan onder omstandigheden verdedigbaar zijn.
  • Een structurele positionering van een product als “(betonnen) legoblokken”, met herhaald gebruik in titels/teksten en als vindbaarheidsstrategie, kan als meeliften worden gezien.

Heb je vragen over merkenrecht of wil je sparren over de bescherming van verpakkingen, vormgeving of andere tekens? Neem dan gerust contact op Thomas Kriense van Guldemond Advocaten.

Lees meer updates
Een opvallende rode “bal” op een verpakking kan voor marketeers een krachtig herkenningspunt zijn, maar in het merkenrecht is dat nog geen gegeven: de vraag is of de gemiddelde consument zo’n eenvoudig beeldelement ook echt ziet als herkomstaanduiding en niet slechts als verpakkingdecoratie. Een recente uitspraak van het Benelux‑Gerechtshof over een glanzende rode cirkel/bol op vaatwastabletten laat zien hoe streng die toets kan uitpakken en waarom marktcontext en sectorconventies daarbij zwaar wegen. In dit blog bespreek ik aan de hand van die uitspraak wanneer een teken intrinsiek onderscheidend is, wanneer het dat niet is, en hoe een aanvankelijk “decoratief” element via inburgering toch merkrechtelijke bescherming kan verkrijgen.
Je hebt een product dat niet alleen werkt, maar ook meet. En niet alleen meet, maar ook praat: bijvoorbeeld met een app, met de cloud, via een platform. Dat is precies het soort product waar veel ondernemers vandaag geld mee verdienen — en waar de EU Data Act(Dataverordening) zich op richt. De ACM heeft daar nu een (voorlopige) leidraad over gepubliceerd, bedoeld om bedrijven die een verbonden product of gerelateerde dienst aanbieden uit te leggen wat ze moeten doen. 
Vijf schuimige bierglazen, in een patroon gerangschikt op een bar. Op het eerste gezicht een onschuldige verwijzing naar carnaval of gezelligheid. Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) dacht daar anders over en sommeerde Bavaria de reclame campagne per direct te staken. Waarom? Omdat deze opstelling dusdanig doet denken aan het iconische logo van de Olympische Spelen, de vijf gekleurde, in elkaar grijpende ringen, dat dit (naar alle waarschijnlijkheid) volgens het IOC merkinbreuk oplevert.