Door Sascha Lang
De jaarrekening laat winst zien en de BV wil dividend uitkeren aan de aandeelhouders. Enkele maanden later kan de BV haar leveranciers niet betalen. Betekent dat automatisch dat het bestuur of de aandeelhouders aansprakelijk zijn? Nee. Beslissend is onder meer wat zij rond de uitkering wisten of redelijkerwijs moesten voorzien. Een goedgekeurde jaarrekening of een positief banksaldo biedt daarbij geen volledige bescherming.
Bij dividend uit een BV moeten het uitkeringsbesluit, de goedkeuring door het bestuur en de daadwerkelijke betaling in samenhang worden beoordeeld. Daarnaast kunnen schuldeisers andere grondslagen voor aansprakelijkheid hebben. Voor bestuurders en aandeelhouders is daarom vooral belangrijk hoe zij vóór de uitkering de financiële gevolgen onderzoeken en hun afweging vastleggen.
Wanneer mag een BV dividend uitkeren?
Artikel 2:216 BW kent verschillende stappen. De algemene vergadering is, binnen de wettelijke en statutaire bevoegdheidsverdeling, bevoegd tot vaststelling van uitkeringen voor zover het eigen vermogen groter is dan de reserves die krachtens de wet of de statuten moeten worden aangehouden. Dat wordt vaak de beperkte balanstest genoemd.
Een besluit tot uitkering heeft vervolgens geen gevolgen zolang het bestuur geen goedkeuring heeft verleend. Het bestuur weigert die goedkeuring als het weet of redelijkerwijs behoort te voorzien dat de BV na de uitkering niet kan blijven voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden. Dat is de uitkeringstoets.
Deze uitleg betreft de BV. Voor een NV geldt een ander wettelijk stelsel. Ook bijzondere sectorregels, statuten en financieringsvoorwaarden kunnen beperkingen bevatten. Een fiscaal aantrekkelijke uitkering moet dus nog steeds vennootschapsrechtelijk en contractueel mogelijk zijn.
Winst op papier is niet hetzelfde als beschikbare liquiditeit
Een winstgevende onderneming kan betalingsproblemen krijgen doordat klanten laat betalen, voorraden oplopen of financiering afloopt. Omgekeerd zegt een groot banksaldo weinig wanneer dat bedrag binnenkort nodig is voor belastingen, salarissen of terugbetaling van een lening.
Werk daarom met actuele cijfers en een onderbouwde liquiditeitsprognose. Neem voorzienbare investeringen, claims, seizoenspatronen en afhankelijkheid van grote opdrachtgevers mee. Onderzoek ook of krediet werkelijk beschikbaar blijft na de uitkering. Een convenant dat door dividend wordt geschonden, kan de financieringsruimte juist wegnemen.
Een prognose van ongeveer een jaar kan een bruikbaar vertrekpunt zijn, maar vormt geen wettelijke vrijwaring voor alles wat daarna gebeurt. Een nu al voorzienbare grote betaling buiten die periode kan relevant blijven. De aard van de onderneming en haar verplichtingen bepalen welke vooruitblik verantwoord is.
Het bestuur moet een eigen afweging maken
Een aandeelhouder kan groot belang hebben bij uitkering, bijvoorbeeld om privéverplichtingen te voldoen of een acquisitie te financieren. Dat belang neemt de eigen verantwoordelijkheid van het bestuur niet weg. Ook een directeur-grootaandeelhouder handelt in verschillende hoedanigheden: het aandeelhoudersbesluit vervangt de bestuursgoedkeuring niet.
Leg vast op welke informatie het bestuur steunt en welke onzekerheden zijn onderzocht. Een accountant kan helpen met cijfers en scenario’s, maar neemt de wettelijke bestuurstaak niet over. Onze uitleg over jaarrekening en bestuurdersaansprakelijkheid bespreekt die verantwoordelijkheidsverdeling.
Verandert de situatie tussen besluit en betaling wezenlijk, beoordeel dan opnieuw of uitvoering verantwoord is. Een oude goedkeuring is geen reden om recente waarschuwingen te negeren. Denk aan het wegvallen van een financier, een grote tegenvaller in een project of een onverwachte opeising die inmiddels concreet is geworden.
Wanneer worden bestuurders persoonlijk aansprakelijk?
Kan de BV na de uitkering niet voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden, dan kunnen bestuurders die dat ten tijde van de uitkering wisten of redelijkerwijs behoorden te voorzien, tegenover de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het door de uitkering ontstane tekort, met wettelijke rente.
Dat is niet zonder meer hetzelfde als iedere schuld die de BV later onbetaald laat. De wettelijke grondslag vraagt aandacht voor wetenschap, voorzienbaarheid en het tekort dat de uitkering veroorzaakt. Ook bevat de wet een individuele mogelijkheid tot disculpatie onder voorwaarden. Een bestuurder moet onder meer kunnen aantonen dat de uitkering hem niet te verwijten is en dat hij niet nalatig is geweest bij het treffen van maatregelen om de gevolgen af te wenden.
Bij een rechtspersoon als bestuurder kan artikel 2:11 BW aansprakelijkheid doorleggen naar diens bestuurders. Een persoonlijke holding voorkomt die doorwerking dus niet vanzelf. De concrete bestuurdersketen en de toepasselijke aansprakelijkheidsgrond moeten afzonderlijk worden onderzocht.
Ook de ontvanger van dividend kan moeten terugbetalen
Artikel 2:216 lid 3 BW richt zich ook tot degene die de uitkering ontving en wist of redelijkerwijs behoorde te voorzien dat de BV daarna haar opeisbare schulden niet kon blijven betalen. Deze ontvanger kan verplicht zijn het door de uitkering ontstane tekort te vergoeden, tot maximaal het ontvangen bedrag, met de wettelijke rente.
Bij een aandeelhouder die tevens bestuurder is, kunnen kennis en rollen nauw verweven zijn. Een externe minderheidsaandeelhouder heeft mogelijk een andere informatiepositie. Dat verschil kan relevant zijn, maar levert geen automatische vrijstelling op. Onderzoek welke informatie beschikbaar was en welke waarschuwingen daadwerkelijk zijn ontvangen.
Een aandeelhoudersovereenkomst met een vast dividendbeleid zet deze wettelijke bescherming van schuldeisers niet opzij. Bij een conflict over uitkeren of reserveren moeten daarom zowel de onderlinge afspraken als de positie van de vennootschap worden beoordeeld. Onze blog over een patstelling tussen aandeelhouders sluit daarop aan.
Wat leert het Nimox-arrest over aandeelhoudersgedrag?
In Hoge Raad 8 november 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0401, Nimox, leidde een dividendbesluit tot het vrijwel verdwijnen van de reserves. De Hoge Raad maakte duidelijk dat de geldigheid van een besluit niet uitsluit dat het tot stand brengen of uitvoeren daarvan onrechtmatig is tegenover schuldeisers.
Het arrest dateert van vóór het huidige BV-uitkeringsregime. Het moet daarom niet worden gepresenteerd alsof de Hoge Raad daarin het huidige artikel 2:216 toepaste. Het onderliggende aandachtspunt blijft relevant: naleving van interne besluitvormingsregels beantwoordt niet automatisch iedere vraag over benadeling van derden.
Naast artikel 2:216 kunnen bijvoorbeeld onrechtmatige daad en, bij faillissement, andere aansprakelijkheids- of vernietigingsgronden aan de orde zijn. Welke vordering mogelijk is en wie haar kan instellen, verschilt per grondslag. Een formeel correct dividendbesluit is geen algemene bescherming tegen dergelijke aanspraken.
Kapitaal terugbetalen is geen eenvoudige uitweg
Dezelfde voorzichtigheid is nodig bij terugbetaling op aandelen. In Rechtbank Gelderland 18 december 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:9140, ging het om een kapitaalvermindering bij een zorginstelling. Via artikel 2:208 BW waren de relevante regels van artikel 2:216 van overeenkomstige toepassing.
De financiële prognoses lieten al zonder uitkering een ernstig liquiditeitstekort zien. De rechtbank oordeelde dat de bestuurders de terugbetaling niet hadden mogen goedkeuren. Het argument dat de accountant de maatregel had geadviseerd, nam hun eigen verantwoordelijkheid niet weg.
Tegelijk wees de rechtbank aansprakelijkheid voor het gehele faillissementstekort op deze grond af: onvoldoende was onderbouwd dat de kapitaalvermindering een belangrijke oorzaak van het faillissement was. De uitspraak illustreert waarom terugbetaling van een onjuiste uitkering en aansprakelijkheid voor het totale boedeltekort verschillende beoordelingen vergen.
Hoe bouwt u een controleerbaar uitkeringsdossier op?
Bewaar het besluit, de bestuursgoedkeuring, actuele financiële informatie en de gebruikte aannames bij elkaar. Reken een realistisch tegenvallerscenario door en noteer welke buffer overblijft. Controleer bankvoorwaarden, garanties en groepsverplichtingen. Bij meerdere BV’s moet de positie van iedere uitkerende vennootschap afzonderlijk zichtbaar zijn.
Leg ook vast wanneer daadwerkelijk wordt betaald en wie vóór betaling controleert of de uitgangspunten nog kloppen. Een standaardverklaring zonder onderliggende berekening is kwetsbaar. De bestuurderschecklist bij financiële problemen helpt de bredere besluitvorming te organiseren.
Wilt u dividend uitkeren of wordt een eerdere uitkering aangevochten? Guldemond Advocaten verbindt corporate advisering met insolventie en herstructurering. Wij onderzoeken de besluitvorming, de voorzienbare betalingsruimte en de afzonderlijke positie van bestuurders en ontvangers, voordat een uitkering of aansprakelijkstelling verder wordt uitgevoerd.