Geactualiseerd op 28 september 2026.
Een concurrentiebeding vervalt niet automatisch wanneer de werkgever failliet gaat. Een werknemer die door de curator wordt ontslagen, kan daarom niet zonder meer bij een concurrent beginnen. Omgekeerd kan de curator het beding niet uitsluitend handhaven omdat een doorstarter dat graag wil. De geldigheid van de afspraak, het resterende belang van de boedel en de positie van de werknemer moeten afzonderlijk worden onderzocht.
Voor een ondernemer die een doorstart voorbereidt, is dit een belangrijk waarderingsvraagstuk. U koopt mogelijk machines, voorraden, handelsnamen en klantrelaties. Daarmee staat nog niet vast dat u ook voormalige werknemers aan hun oude concurrentiebeding kunt houden. Wie dat vooraf uitzoekt, voorkomt dat de veronderstelde bescherming na de overname ontbreekt.
Blijft een concurrentiebeding na faillissement geldig?
Een faillissement beëindigt bestaande overeenkomsten niet vanzelf. Voor arbeidsovereenkomsten kent artikel 40 Faillissementswet een bijzondere opzeggingsregeling. De curator kan de arbeidsovereenkomst opzeggen, maar daarmee verdwijnen niet alle verplichtingen die juist voor de periode na het dienstverband zijn bedoeld.
Dat uitgangspunt veronderstelt wel een geldig beding. Volgens artikel 7:653 BW gelden onder meer eisen aan schriftelijke vastlegging en meerderjarigheid. Bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is bovendien een schriftelijke motivering bij het beding nodig waaruit de noodzakelijkheid wegens zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen blijkt. Een algemene standaardzin biedt daarvoor geen vanzelfsprekende oplossing.
Controleer ook latere functiewijzigingen, contractverlengingen en de precieze verboden activiteiten. Een relatiebeding kan eveneens onder artikel 7:653 BW vallen wanneer het de werknemer beperkt om na het dienstverband op bepaalde wijze werkzaam te zijn. De naam boven de clausule is dus niet beslissend.
Welk belang moet de curator aantonen?
De curator beheert en vereffent de boedel ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers. Tijdens een tijdelijke voortzetting of voorbereiding van een doorstart kan bescherming van kennis, klanten en bedrijfsdebiet bijdragen aan de verkoopopbrengst. Een beroep op een concurrentiebeding kan dan een concreet boedelbelang dienen.
Dat belang moet worden onderbouwd. Welke activiteiten lopen nog? Welke klanten of kennis zijn daadwerkelijk kwetsbaar? Hoe raakt de overstap van deze werknemer de boedel? Een verwijzing naar concurrentie in algemene zin is minder overtuigend dan een dossier waaruit een specifiek en actueel risico blijkt.
Nadat de activiteiten zijn gestaakt of verkocht, kan die afweging veranderen. De koper heeft mogelijk nog een concurrentiebelang, terwijl de boedel geen eigen belang meer heeft bij handhaving. Een afspraak tussen koper en curator schept niet zonder meer aanvullende verplichtingen voor een werknemer die bij die afspraak geen partij is.
Wat leert de rechtspraak over een afgeronde doorstart?
In de uitspraak van de Rechtbank Overijssel van 10 juni 2015 was de doorstart al gerealiseerd. De verkoopprijs kon niet meer worden aangepast als werknemers hun concurrentiebeding niet naleefden. De curator had volgens de kantonrechter daardoor geen voldoende eigen belang meer bij handhaving. Het belang van de koper was daarvoor in deze zaak onvoldoende.
De rechter schorste de concurrentiebedingen van de ontvankelijke werknemers in kort geding. Dat was een voorlopige beslissing op basis van de verwachte uitkomst van een bodemprocedure, geen algemene regel dat ieder beding bij iedere doorstart vervalt. In het betrokken beding stond bovendien geen derdenbeding waarop de koper zich kon beroepen.
Ook de Rechtbank Groningen oordeelde op 14 juni 2011 dat de curator onvoldoende belang had bij de gevorderde boetes. De rechter betrok daarbij onder meer de positie van de werknemer, het handelen rond zijn dienstverband en het lange uitblijven van verdere actie. Alleen de toezegging aan de koper om werknemers aan de bedingen te houden, droeg de vordering niet.
Welke belangen heeft de werknemer?
Een werknemer die door faillissement zijn baan verliest, heeft doorgaans groot belang bij nieuw inkomen. In een gespecialiseerde branche zijn passende vacatures al snel bij concurrenten te vinden. Een geografisch ruim beding of een lange looptijd kan de mogelijkheden daarom sterk beperken.
Artikel 7:653 BW biedt mogelijkheden voor gehele of gedeeltelijke vernietiging als de werknemer, vergeleken met het te beschermen belang, onbillijk wordt benadeeld. In een spoedeisende situatie kan voorlopige schorsing worden gevraagd. De afweging hangt af van de feiten: functie, kennis, toegang tot relaties, duur van het dienstverband, aangeboden alternatief werk en de daadwerkelijke schade die wordt gevreesd.
Een werknemer moet een beding daarom niet eenvoudig negeren. Aan overtreding kunnen aanzienlijke boetes zijn verbonden. Een schriftelijke vrijstelling of concrete afspraak over toegestane werkzaamheden biedt meer zekerheid dan de veronderstelling dat de curator waarschijnlijk niet zal procederen.
Wat gaat er bij een doorstart over op de koper?
Een koop van activa maakt de koper op zichzelf niet automatisch partij bij alle oorspronkelijke arbeidsovereenkomsten. Onderzoek afzonderlijk of de regels over overgang van onderneming van toepassing zijn en hoe de faillissementsuitzondering in de concrete transactie uitwerkt. De kwalificatie van de procedure en de omstandigheden van de overdracht zijn daarbij relevant.
Inventariseer tijdens het juridisch due diligence bij een overname daarom de arbeidscontracten, bedingen en mogelijke overgang van rechten. Neem niet aan dat een koopovereenkomst iedere ontbrekende aanspraak kan repareren. Een nieuwe arbeidsovereenkomst met een werknemer kan nieuwe afspraken bevatten, maar ook die moeten aan de wettelijke eisen voldoen.
Maak vervolgens zichtbaar welke bescherming de koopprijs veronderstelt. Als een belangrijk deel van de waarde afhankelijk is van het behoud van een specialistisch team, verdienen hun bereidheid om mee te gaan en de arbeidsvoorwaarden minstens zoveel aandacht als bestaande beperkende bedingen.
Geheimhouding blijft een afzonderlijk onderwerp
Een werknemer die niet aan het concurrentiebeding kan worden gehouden, krijgt daarmee geen algemene vrijbrief om vertrouwelijke informatie te gebruiken. Geheimhouding, bescherming van bedrijfsgeheimen en onrechtmatig handelen hebben hun eigen voorwaarden.
In de Overijsselse uitspraak bleven de werknemers aan hun geheimhoudingsbedingen gebonden. De vordering tot naleving daarvan was niet inhoudelijk bestreden. Tegelijkertijd wees de rechter gevraagde voorschotten op boetes en schade af, omdat onder meer de gestelde overtredingen onvoldoende vaststonden. Voor een succesvolle claim zijn dus ook concrete feiten en bewijs nodig.
Geldt hetzelfde bij franchise en andere commerciële contracten?
Bij commerciële overeenkomsten geldt niet zonder meer hetzelfde stelsel als bij werknemers. Een concurrentiebeding in een ondernemingsrechtelijke samenwerking moet worden beoordeeld binnen zijn eigen wettelijke en contractuele kader.
Bij een wederkerige overeenkomst die bij faillissement aan beide zijden niet of slechts gedeeltelijk is nagekomen, kan artikel 37 Faillissementswet relevant zijn. De wederpartij kan de curator onder de wettelijke voorwaarden een redelijke termijn stellen om zich over gestanddoening uit te spreken. De gevolgen voor een bepaalde aanspraak, waaronder een postcontractuele verplichting, vragen vervolgens afzonderlijke beoordeling. Artikel 37 betekent niet dat ieder beding uit ieder contract vanzelf verdwijnt.
Welke wetswijzigingen zijn nog in voorbereiding?
Op de actualisatiedatum van dit artikel zijn de Wet verbetering positie werknemer bij een overgang van onderneming in faillissement en de Wet modernisering concurrentiebeding nog voorstellen. Zij kunnen de positie van werknemers en de werking van concurrentiebedingen veranderen, maar mogen niet als reeds geldend recht worden toegepast.
Voor een transactie die pas later wordt uitgevoerd, moet de stand van de wetgeving opnieuw worden gecontroleerd. Een conceptregeling is geen voldoende basis om nu al te verklaren dat een werknemer automatisch vrij is of juist aan een bepaalde beperking vastzit.
Wat regelt u voordat iemand overstapt of de doorstart sluit?
Verzamel de volledige contractdocumentatie en omschrijf de voorgenomen werkzaamheden. Vraag welk concreet belang de boedel nog heeft en onderzoek of een gerichte beperking of vrijstelling uitkomst biedt. Leg afspraken schriftelijk vast, inclusief de behandeling van bestaande boetes en geheimhouding.
Een doorstarter doet er verstandig aan deze inventarisatie vóór ondertekening af te ronden. Sascha Lang en onze collega’s adviseren over arbeidsvoorwaarden en overeenkomsten en insolventie en herstructurering. Zo worden de rechten die u verwacht ook getoetst aan de positie die u werkelijk kunt overnemen.