Juridisch gecontroleerd en bijgewerkt op 5 oktober 2026. De wet geldt sinds 1 januari 2026.
Op 1 januari 2026 is een belangrijke wetswijziging in werking getreden: het Auteurscontractenrecht is aangepast. Deze wijziging is bedoeld om makers, zoals schrijvers, componisten, regisseurs, ontwerpers en uitvoerend kunstenaars, sterker te positioneren ten opzichte van de partijen die hun werk exploiteren. Denk aan uitgevers, platenmaatschappijen, producenten, omroepen en streamingdiensten.
Werk jij in een sector waar auteursrechtelijk beschermd werk centraal staat – van media tot educatie, van film tot muziek, van software tot ontwerp – dan is het belangrijk om te weten wat er verandert. De nieuwe regels brengen extra verplichtingen met zich mee, maar ook kansen voor wie zich goed voorbereidt.
Overdracht en exclusieve licentie: verschillende vormvereisten
Sinds 2026 moet zowel de overeenkomst tot overdracht als het verlenen van een exclusieve licentie schriftelijk worden vastgelegd. Voor een exclusieve licentie is geen akte meer vereist. Bij overdracht ligt dat anders: voor de levering van het auteursrecht blijft een daartoe bestemde akte nodig. Een gewone e-mail die afspraken bevestigt, vervangt die leveringsakte dus niet zonder meer. Dit onderscheid staat uitdrukkelijk in artikel 2 lid 3 Auteurswet, zoals gewijzigd door de Wet versterking auteurscontractenrecht.
Daarnaast moet duidelijk zijn welke bevoegdheden worden verleend. Bij overdracht of een exclusieve licentie door de maker vallen daar alleen de uitdrukkelijk vermelde bevoegdheden onder, of bevoegdheden die noodzakelijk uit aard en strekking van de overeenkomst voortvloeien. Een brede standaardzin geeft daarom niet zonder meer zekerheid over ieder toekomstig gebruik. Lees ook onze uitleg over IE-licenties en overdracht.
Voorbeeld: een productiebedrijf koopt het script van een schrijver aan voor een webserie. De overeenkomst zegt vaag: “rechten worden overgedragen voor digitale gebruiksvormen”. De serie wordt vervolgens wereldwijd op meerdere betaalde streamingplatforms aangeboden. Als daar geen specifieke toestemming voor is gegeven, kan de maker stellen dat de exploitatie te ver gaat. De uitkomst hangt af van de concrete formulering, de context en de wettelijke uitlegmaatstaf; een automatisch oordeel in het voordeel van één partij volgt daar niet uit.
Tip: gebruik expliciete formuleringen. Benoem concreet wélke rechten worden overgedragen, voor welk gebruik, welke media, welke landen en welke duur. Twijfel? Leg het schriftelijk vast.
Onvoldoende exploitatie? Dan mag de maker opzeggen
Artikel 25e Auteurswet gebruikt sinds 2026 opzegging in plaats van ontbinding voor de regeling bij onvoldoende exploitatie. Dat maakt het recht niet onvoorwaardelijk. Er moet aan de wettelijke voorwaarden zijn voldaan, waaronder in beginsel een schriftelijk geboden redelijke termijn om alsnog voldoende te exploiteren. Ook kunnen omstandigheden aan de kant van de maker of een voldoende zwaarwegend belang van de exploitant aan opzegging in de weg staan. Gedeeltelijke opzegging kan tevens betekenen dat alleen de exclusiviteit eindigt.
Voorbeeld: een label verkrijgt exploitatierechten maar brengt het album niet uit. De artiest moet eerst onderzoeken welke exploitatie redelijkerwijs mocht worden verwacht en welke stappen de wet verlangt. Een schriftelijke opzegging kan vervolgens effect hebben zonder voorafgaand vonnis, maar de geldigheid kan wel tot een procedure leiden. Zijn auteursrechten overgedragen, dan kan teruglevering nodig zijn. Bij het uitblijven daarvan kan de rechter onder de wettelijke voorwaarden een redelijk bedrag vaststellen, naast eventuele schadevergoeding.
Voor exploitanten betekent dit: zorg voor actieve inzet van de rechten die je verkrijgt. Wie te lang niets doet met een werk, loopt het risico het weer te verliezen.
Collectieve onderhandelingen en redelijke vergoedingen
Collectief onderhandelen is niet pas sinds 2026 mogelijk. Nieuw is onder meer het wettelijke vermoeden van billijkheid voor vergoedingen die tot stand komen na onderhandelingen tussen een vereniging die volgens haar statuten de belangen van zelfstandige makers behartigt en een exploitant of exploitantenvereniging. De precieze voorwaarden blijven van belang; niet iedere gezamenlijke tariefafspraak valt automatisch onder dit vermoeden.
Voorbeeld: een vereniging van zelfstandige illustratoren onderhandelt met een uitgeversvereniging over vergoedingen voor hergebruik van beeld in educatieve uitgaven. Als aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, worden de overeengekomen vergoedingen vermoed billijk te zijn. Dat vermoeden kan worden weerlegd; de omstandigheden van de vergoeding blijven relevant.
Voor exploitanten biedt dit duidelijkheid: aansluiten bij collectieve afspraken kan juridische discussies helpen voorkomen. Voor makers betekent het meer kans op eerlijke beloning, ook als zij individueel minder onderhandelingsmacht hebben.
Streaming en film: schriftelijke vergoedingsafspraken
De wet sluit beter aan op hoe films en series vandaag de dag worden geëxploiteerd, met name via streamingdiensten. Makers kunnen niet alleen collectief onderhandelen over streamingvergoedingen, maar hebben ook recht op duidelijke, schriftelijke afspraken en inzage in hoe hun werk wordt gebruikt.
Bij filmwerken moet de billijke vergoeding schriftelijk worden overeengekomen. Voor collectief onderhandelde vergoedingen voor beschikbaarstelling op aanvraag gelden aanvullende voorwaarden: de vergoeding moet passend zijn en in verhouding staan tot het gebruik. Ook kunnen wettelijke informatieplichten gelden. Welke gegevens moeten worden verstrekt en door wie, moet aan de hand van de toepasselijke regeling worden beoordeeld. Er bestaat geen onbegrensd recht op alle kijkcijfers of bedrijfsinformatie. Goede afspraken over exploitatie, rapportage en controle blijven daarom essentieel; zie contracteren in het medialandschap.
Werkt het systeem niet zoals bedoeld, bijvoorbeeld als er structureel geen eerlijke afspraken worden gemaakt – dan kan de overheid ingrijpen. Er bestaat dan de mogelijkheid om collectieve vergoedingssystemen wettelijk verplicht te maken.
Geschillencommissie: controleer aansluiting en procedure
De Geschillencommissie Auteurscontractenrecht kan een alternatief zijn voor een procedure bij de rechter. De bevoegdheid van de commissie, aansluiting van de exploitant en toepasselijke procedureregels moeten vooraf worden gecontroleerd. Een belangenorganisatie kan onder voorwaarden namens makers optreden. Dat is niet hetzelfde als een onbeperkt recht om ieder individueel geschil anoniem te laten beslissen.
De nieuwe wet biedt de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur bepaalde publiek gefinancierde exploitanten tot aansluiting te verplichten. Uit de wet zelf volgt dus geen onmiddellijke, algemene aansluitplicht voor alle publiek gefinancierde organisaties. De aanwijzing van de commissie in 2026 moet daarvan worden onderscheiden. Ook het bindende karakter en de mogelijkheid de rechter te benaderen moeten worden beoordeeld aan de hand van de wet en het toepasselijke reglement.
Wat betekent dit in de praktijk?
Of je nu producent bent, uitgever, distributeur, opdrachtgever of organisatie met creatieve content, deze wetswijziging raakt je als je werkt met auteursrechtelijk beschermd materiaal. Een paar belangrijke aandachtspunten:
- Check of je contracten voldoen aan de nieuwe eisen voor schriftelijkheid en duidelijkheid.
- Wees alert op collectieve afspraken binnen jouw branche of sector.
- Let op passieve exploitatie: stilzitten kan leiden tot verlies van rechten.
- Zorg voor transparantie en vastlegging bij streaming en hergebruik.
- Houd rekening met de versterkte positie van makers bij geschillen.
Tot slot
De wetswijziging per 1 januari 2026 markeert een kantelpunt in het auteurscontractenrecht. Voor makers betekent dit meer bescherming en onderhandelingsruimte. Voor exploitanten vraagt het om scherpere contracten, actief beheer van rechten en heldere communicatie over gebruik en vergoeding.
Auteursrecht advocaat Julia van Leeuwen van Guldemond Advocaten helpt graag bij het beoordelen of opstellen van (auteursrecht)contracten.