Recent moest het Amerikaanse AI-bedrijf Character.AI hals over kop alle Disney-personages verwijderen van zijn platform. De aanleiding: een sommatiebrief van Disney wegens vermeende inbreuk op auteursrecht en merkrechten. Gebruikers konden via de chatbot praten met digitale versies van onder meer Elsa, Moana en Darth Vader, inclusief hun stem, uitstraling en verhaallijnen.
Disney stelde dat dit gebruikers misleidde: zij konden denken dat Disney zelf betrokken was bij het platform, of dat er een officiële licentie bestond. Daarnaast waren er zorgen over “onbehoorlijke gesprekken” die de AI met jongeren voerde. Volgens Disney schaadde dat niet alleen kinderen, maar ook het imago van het merk.
De reactie van Character.AI kwam snel: de personages werden verwijderd en het bedrijf kondigde aan “samen te willen werken met rechthebbenden” om in de toekomst gecontroleerde, legale versies aan te bieden.
Waarom dit relevant is voor ondernemers
Steeds meer bedrijven gebruiken AI-tools voor marketing, klantenservice of productontwikkeling. Vaak met de beste bedoelingen — maar zonder stil te staan bij de juridische grenzen van intellectueel eigendom. Zodra een AI-systeem materiaal gebruikt of nabootst dat op iemand anders’ merk, stijl of creatie lijkt, kan dat een juridisch risico vormen.
En dat risico ligt niet alleen bij de maker van de AI, maar ook bij het bedrijf dat de tool inzet. Denk aan situaties zoals:
- Een marketingbureau dat AI-beelden genereert waarin herkenbare Disney-, Marvel- of Nike-elementen voorkomen.
- Een webshop die AI-gegenereerde teksten gebruikt met merknamen of productbeschrijvingen van concurrenten.
- Een chatbot die klantgesprekken voert met “persoonlijkheden” die lijken op bestaande publieke figuren.
In al die gevallen geldt: de gebruiker van de AI kan medeverantwoordelijk zijn voor de inhoud.
“User-generated” is geen vrijbrief
Veel AI-platforms, zoals Character.AI, wijzen erop dat content door gebruikers wordt gemaakt. Maar juridisch gezien is dat geen afdoende bescherming.
Zodra een platform of bedrijf weet – of redelijkerwijs had kunnen weten – dat er mogelijk sprake is van inbreuk op intellectuele eigendomsrechten, moet het optreden. Doet het dat niet, dan kan er sprake zijn van aansprakelijkheid wegens nalatigheid.
Daarom is het belangrijk om interne processen goed in te richten:
- Notice-and-takedown: zorg dat meldingen van mogelijke inbreuk snel en correct worden afgehandeld.
- IP-filters: gebruik technische maatregelen om herkenbare merknamen of beelden te blokkeren.
- Licenties: regel vooraf toestemming of licentieafspraken met rechthebbenden.
Bedrijven die dit op orde hebben, kunnen niet alleen juridische problemen voorkomen, maar ook sneller en veiliger nieuwe AI-diensten op de markt brengen.
De bredere trend: Hollywood versus AI
De zaak Character.AI staat niet op zichzelf. Eerder dit jaar startte Disney, samen met Universal en Warner Bros., procedures tegen het AI-bedrijf Midjourney, dat beelden genereerde van bekende filmkarakters zoals Scooby-Doo, Superman en Star Wars-personages.
Hollywood laat daarmee zien dat het serieus werk maakt van IP-handhaving richting AI-bedrijven – en dat betekent dat mogelijk ook andere sectoren zullen volgen. Vragen over AI-gebruik in de creatieve sector? Hulp nodig met het opstellen van contractuele bepalingen met betrekking tot het gebruik van AI? Neem contact op met AI advocaat Julia van Leeuwen.